zelfontplooiing
coaching
opleidingen

Centrum GEA

centrum GEA

loopbaancheques
KMO portefeuille
Vlaamse overheid


Coachopleiding

Module I: Basisattitudes en essentiële vaardigheden voor professionele begeleiding

In deze module leer je de basishoudingen voor het versterken van je innerlijke veerkrachtgecenterd zijn en zelfzorg: Jelichaamshouding en de manier waarop je kijkt, communiceert en omgaat met je gevoelens, bepalen of je al dan niet in contact bent met je innerlijke kracht. Het bepaalt of je al dan niet de emoties van anderen overneemt. De basistechnieken die je hier leert laten je toe om sterke betrokkenheid en effectieve communicatietechnieken te combineren met het bewaken van de eigen integriteit en met het behoud van je mentaal-emotionele grenzen. Stevig lichaamsbewustzijn, bewustzijn van je ademhaling en je energiestroom zijn daar een belangrijk onderdeel van. Deze vaardigheden zijn onmisbaar voor iedereen die groepen of individuen begeleidt.

• Het verschil herkennen tussen de 5 aspecten van Coaching: mentoring, consulting, life coaching, training en psychotherapie. Je eigen sterktes en zwaktes kennen en jezelf positioneren binnen deze domeinen.

• De kracht en de valkuilen van elk van deze 5 aspecten in kaart brengen.

• Expliciet en impliciet mandaat voor coaching

• Sterke resonantie en betrokkenheid opbouwen met de cliënt ( op vlak van woordgebruik, mimiek, lichaamshouding en stemgebruik)

• Beheersing van de belangrijkste elementen van stemgebruik: volume, projecteren, basistoonhoogte, intoneren met minstens 3 verschillende toonhoogtes en duidelijk fraseren met melodie-boog.   

• Beheersing van de 2 soorten backtracking voor het bevorderen van resonantie: subtiel herhalen van de betekenis dragende sleutelwoorden en een gespreksonderdeel samenvatten met de criteria-woorden van de ander.

• Communicatierichting: Het verschillen tussen: communiceren met het oog op jouw belangen en communiceren met het oog op de belangen van de ander.

• Het contact met je lichaam houden en stevig verankerd zijn in jezelf.

• Je aandacht bundelen en gecenterd blijven (bewustzijn van de eigen buik-energie, van de hart-energie   

  en de aandacht in het centrum van je eigen hoofd houden.)

• Bewustzijn van je ademhaling en van je energiestroom.

• Psychisch-emotionele Grenzen deel I: Het belang van perifere waarneming (o.a. 180 ° blikveld houden) en connectie met je lichaam houden voor het behoud van je mentale en emotionele grenzen. Tegelijk letten op gelijkenissen en verschillen tussen de ander en jezelf.

• De kwaliteit van betrokken neutraliteit ontwikkelen.

• Volledig acceptatie van wat er is en van de ander(zonder er mee akkoord te gaan en zonder je er per se bij neer te leggen).

• Consequent ecologisch, niet-oordelend en ondersteunend (resourceful) taalgebruik hanteren.

• Het verschil tussen beschrijvende taal en evaluerende taal onder de knie krijgen: In je manier van spreken consequent het onderscheid maken tussen enerzijds datgene wat waargenomen wordt en anderzijds jouw subjectieve evaluatie over wat je waarneemt: beheersing van het 5-stappen clean language model.

• De cliënt/coachee helpen om doelstellingen en wensen te formuleren en om de realisatie ervan bij te sturen.

• De cliënt helpen bewust worden van zijn/haar waardenhiërarchie. Niet-eigen of voorbijgestreefde waarden helpen herkennen. Prioriteit van waarden herzien en aanpassen aan behoeftes en visie.

• Doelen verbinden aan waarden. De brug maken tussen enerzijds de doelen/wensen/verlangens die je wil realiseren en anderzijds de  achterliggende waarden/criteria en vice versa.

• Het 3-fasengesprek (Probleem – oplossing/doelen – hulpbronnen) onder de knie krijgen.

• Het verschil tussen probleem-oplossend coachen en doelgericht coachen.

• Congruente communicatie: in woord, lichaamstaal en intonatie consequent en eenduidig communiceren.

• Innerlijke krachtbronnen bewust maken en deze in elke situatie beschikbaar houden.

• Soepel hanteren van de 5 waarnemingsposities: waarnemen, denken én voelen vanuit jezelf, vanuit de ander, vanuit de denkbeeldige, neutrale observator, vanuit het systeem (gezin, familie, bedrijf…) en vanuit het perspectief van het universeel al-bewustzijn.

• Je eigen ‘model van de wereld’ in kaart brengen en de vaardigheid ontwikkelen om het tijdelijk opzij te kunnen zetten.

• Het verschil herkennen en hanteren tussen ondersteunen en oplossen; tussen advies geven en de ander helpen om bij de eigen inzichten te komen.

 


Module II: De dynamiek van het positief beïnvloeden van anderen.

 

• De 3 basisvoorwaarden voor verandering: jezelf vanuit metastandpunt kunnen zien, jezelf zien als iemand die in evolutie is en toekomstperspectief hebben of creëren.

• Anderen begeleiden vanuit een stevig intern referentiekader, met openheid voor informatie van buitenaf

• Inzicht verwerven in de psychische mechanismen: incongruentie, zelfsabotage, onderdrukking, introjectie, projectie, overdracht en tegenoverdracht.

• Herkennen van en helpen omgaan met manipulatie, emotionele chantage, sub-assertiviteit, assertiviteit en agressie.

•  Herkennen van en omgaan met inconsequenties, obstakels en zelf saboterende mechanismen bij jezelf   en bij je cliënt.

• Je eigen sterktes en zwaktes kennen. Je werkpunten gericht aanpakken.

• Als coach maximaal vertrouwen op alle informatie uit je onderbewuste. De connectie met je onderbewuste versterken. Je cliënt helpen om de kracht en de rijkdom uit zijn/haar onderbewuste aan te boren.

• Beperkende overtuigingen transformeren tot ondersteunende overtuigingen.

• Werken met kernovertuigingen. Bewust maken en transformeren van de beperkende kern-overtuigingen (vb. ‘Ik ben dom,’ ‘Ik ben niet goed genoeg,’ ‘geluk is voor mij niet weggelegd,…’)

• Nagaan op welke terreinen je deterministische versus vrije wilsovertuigingen hebt; exploreren wat kan veranderd worden.

• Bewustwording van de verstrekkende gevolgen van al jouw overtuigingen voor je coachee. Van welke aspecten geloof jij dat je cliënt weinig of niets kan veranderen? Van welke aspecten geloof jij dat je cliënt ze wél kan veranderen en in welke mate? Wanneer en hoe kan jij jouw overtuigingen als coach veranderen? Het effect van jouw overtuigingen voor het welkslagen van je coaching.

• Emotionele intelligentie: Nagaan hoe de cliënt omgaat met emoties: onderdrukking, permissiviteit, parasietemoties, compenseren.

• Permissiviteit nagaan van de vier basisemoties (de mate waarin de cliënt de verschillende emoties herkent en toelaat, bij zichzelf en bij anderen): vreugde, angst, verdriet en boosheid. Permissiviteit doen vergroten.

• Emotionele trauma's herkennen en helpen integreren.

• Inschatten waar iemand staat in zijn/haar ontwikkeling. Nagaan welke minimale bewustwording en/of interventie een maximaal ondersteunend effect zal hebben voor de ander.

• Verschillende niveaus van moeilijkheden, problemen en oplossingen herkennen en hanteren. Zowel impliciet als expliciet werken vanuit de 6 logische niveaus: omgeving, gedrag, capaciteiten, waarden en overtuigingen, identiteit en missie/spiritualiteit. Het niveau van de moeilijkheden én van de oplossingen herkennen en bewust maken.

• Transpersoonlijke coaching deel I:

   - Herkennen en oproepen van eenheidservaringen en de kracht die erin zit toegankelijk maken.

   - Jezelf en de cliënt kunnen zien vanuit eenheidsbewustzijn: als iemand die volledig in de eenheid zit.

   - Kenmerken van eenheidsbewustzijn ten opzichte van die van afscheidings-bewustzijn.

   - De oorzaken van angst, schuld, spijt of schaamte transformeren via de benadering van non-dualiteit.

   - Zelfvergeving en vergeving van anderen vanuit het transpersoonlijk standpunt.

• Elk van de 3 bewustzijns-transformerende houdingen versterken en ze tegelijkertijd actief houden:

      - Volledige acceptatie van wat er nu is (dit betekent niet ermee akkoord gaan of je erbij neerleggen!).

      - Helder onderscheidingsvermogen ontwikkelen en behouden.

      - Bewust worden (en blijven) van je doelstellingen, visie en missie.

• Deze 3 bewustzijns-transformerende houdingen tot ontwikkeling brengen bij je coachee.

 

 Module III: Coaching-opdrachten definiëren, afbakenen, inleiden en volbrengen; extra ondersteunende kaders en coaching-principes.

 

• De eigen rol als coach bepalen en afbakenen.

• Intakegesprek houden, afspraken maken, bepalen en uitvoeren van methode en doelstellingen van de interventie(s) die je doet met de cliënt.

• Bepalen en bewaken van kader, beoogd effect, inhoud en missie van een coaching opdracht.

• In kaart brengen of updaten van de levensgebieden (of levensthema’s) die voor jou belangrijk zijn (voorbeelden van levensgebieden: gezondheid, financiën, werk, zelfontplooiing, familie, partnerrelatie, seksualiteit, gezin, kinderen, sociaal leven, vriendschappen, hobby’ s, creativiteit, vrijde tijd,…). Prioriteit van de verschillende levensgebieden bepalen; tevredenheidsscore geven voor elk van de levensgebieden; verwaarloosde levensgebieden activeren; niet (meer) relevante levensgebieden of thema’ s loslaten.

• De kracht van metaforische coachen: herkennen van en voortbouwen op verhalen, beelden, symbolen en metaforen die de cliënt aangeeft of suggereert.

• Psychisch-emotionele Grenzen deel II: Het verschil herkennen tussen iemand die ondoordringbare muren optrekt; iemand die geen grenzen heeft (volledig openstaat voor alle invloeden van buitenaf) en iemand die duidelijk afgebakende en waar nodig semi-doorlaatbare grenzen heeft. Herkennen wanneer de 3 modaliteiten aan de orde zijn en bewuste leren kiezen voor elk van de 3 modaliteiten.

• Transpersoonlijke coaching deel II:

   - Het verschil kennen tussen wat je wil, wat je nodig hebt en wat er nodig is (voor het groter  

     geheel).

   - Gehechtheden en aversies herkennen en loslaten.

   - Het verschil tussen persoonlijke en transpersoonlijke coaching herkennen en hanteren. Inzien    

      wanneer beide invalshoeken aan de orde zijn in een professionele context.

   - Het verschil kunnen maken tussen impliciet transpersoonlijke begeleiding (waarbij jij ervan uitgaat dat   

     de cliënt het eenheidsbewustzijn in zich draagt) en expliciet transpersoonlijke  

     coaching. In het laatste geval help je ook de cliënt om zich bewust te worden van het transpersoonlijke          

     zelf en om dat niveau op te roepen als een van de krachtigste hulpbronnen.

   - Coachen vanuit de 4 basis-noden volgens Lester Levenson: veiligheid, goedkeuring, controle en 

     verbondenheid/éénheid).

• Eigenheid en verbondenheid kunnen zien als 2 aparte kwaliteit, die je kan combineren en die je elk maximaal kan ontwikkelen: Volledig jezelf kunnen zijn (contact met je eigenheid hebben en houden) én je volledig kunnen verbinden met de ander.

• De kwaliteit van neutraliteit en integer leiderschap verfijnen.

• Eigen specifieke coaching- en therapie-achtergrond toepassen in de coaching-praktijk.

• Het verschil herkennen tussen remediërend, generatief en evolutief  coachen.

• Leren luisteren naar en inspelen op de vraag achter de vraag.

• De effecten van je  benadering en techniek kalibreren en bijsturen.

• De signalen van je intuïtie sneller en duidelijker oppikken: ’geloof niet (alleen) wat je hoort en ziet, geloof altijd wat je voelt’.

• Jezelf bekijken vanuit meta-positie als krachtig instrument voor zelfontplooiing.

• Werken met het zelfbeeld: verwijten aan jezelf herkennen en omvormen tot een houding van zelfwaardering, eigenwaarde en assertiviteit. jezelf en de ander leren waarderen terwijl je bewust blijft van de eigen doelstellingen en visie.

• Bewustwording van je innerlijke dialoog en van je innerlijke beelden (iedereen maakt quasi continu innerlijke beelden en ‘spreekt’ bijna continu in zichzelf)  . Waar nodig kiezen voor ondersteunende self-talk en opbouwende innerlijke beelden.

• Werken met de tijdslijn: onder meer jezelf visualiseren in de toekomst, waar je jouw doelen en wensen gerealiseerd hebt. ‘Op bezoek gaan’ naar je toekomstige zelf en deze kracht terugbrengen in het nu.

• De 3 basisinstellingen van een goede coach instant kunnen oproepen:

          - vertrouwen in jezelf en in de info van je onderbewuste

          - rust en ontspanning voelen en uitstralen

          - alert zijn en helder observeren

• Herkennen van psychopathische, neurotische en psychotische symptomen.

• Je grenzen als begeleider kennen en respecteren. Weten wanneer doorverwijzen of bijkomende ondersteuning nodig is (naar arts, psychiater,…).

• Alle geleerde vaardigheden toepassen in de loop van minstens 6 oefen-coaching-gesprekken met cliënten van buiten de opleiding (gespreid over module III en IV).

 

Module IV: Krachtig en authentiek leiderschap: interventies en veranderingsprocessen.

 

In deze module krijg je de finesses onder de knie om alle basishoudingen en –principes te combineren. Dit doe je onder andere via een aantal specifieke werkmodellen die ontwikkeld zijn in Centrum GEA. Duizenden cliënten hebben in de loop van de voorbije jaren kunnen genieten -soms al na één of twee sessies- van de positieve effecten van deze benaderingen:

• Zelf-Integratie, een coaching methode om in het reine te komen met jezelf en met je verleden en om je innerlijke krachtbronnen aan te boren. Deze methode is zeer efficiënt voor het oplossen van onverwerkt verlies, afscheid, abrupte veranderingen en gevoelens van spijt en schuld. De methode is een krachtig hulpmiddel om je zelfbeeld en je eigenwaarde van binnenuit te doen groeien. Zelf-Integratie wordt intussen door heel wat coaches en psychologen in België en Nederland toegepast. De benadering is uitvoerig uiteengezet in het boek Het Gouden Geschenk, het proces van Zelf-Integratie (uitg. Ankh-Hermes, 2007) geschreven door Joost Vanhove.

Voor meer info, als ook voor getuigenissen en boekbesprekingen zie: https://www.centrumgea.be/publicaties/gouden_geschenk.php 

• De Sleutel van Creatie is een eenvoudig model om je (of jouw organisatie) op een directe manier te laten werken met doelen, de achterliggende waarden, de tijdslijn en de 5 waarnemingsposities. Het laat je toe om duidelijk je visie, missie en doelstellingen op te bouwen of te updaten. Gebruik makend van symbolen en plaats-ankers kom je er vanzelf bij welke doelen het best aansluiten bij jou of bij je organisatie, hoe je die doelen concreet kunt realiseren en wat de impact ervan is op alle betrokkenen.

• Het Uitklarend Gesprek, een manier van spreken, met ingebouwde veiligheid en grenzen, om gespannen relaties te ontmijnen en om moeilijke boodschappen op een duidelijke en niet aanvallende manier over te brengen.

• De oogbewegingen ‘aflezen’ en erop inspelen.

  Bewust met de ogen bewegen om beperkende patronen te transformeren.

• Autoriteitsthema en eindverantwoordelijkheid:

  Herkennen wanneer de cliënt de ‘verloren’ of ‘afgegeven’ autoriteit projecteert op de ander.

  De (over)verantwoordelijkheid die je van iemand anders overgenomen hebt, teruggeven aan die andere   

  persoon en de verantwoordelijkheid voor jouw leven, die anderen van jou overgenomen hebben,  

  terugnemen.

• Met de Directe Release - methode leg je op een vlotte manier je innerlijke weerstanden, negatieve emoties en beperkende overtuigingen bloot en leer je deze gemakkelijk loslaten.

• No nonsense yoga (body awareness, fysieke kracht en mentale fitheid). 30 jaar ervaring in zelfontplooiing wordt in deze benadering samengebracht tot een set van instant inzetbare technieken. De attitudes en oefeningen (in tijdsduur variërend tussen 3 seconden en 5 minuten) die je hier leert, hebben een diepgaand effect. Ze helpen je om je energie te focussen, om je aandacht op te frissen (vb na moeilijke of lange besprekingen), om mentaal en lichamelijk fitter te zijn en om zowel alert als ontspannen te zijn in wat je doet. Deze oefeningen zijn snel aan te leren aan de coachee of aan een team. Er wordt een mix aangeboden van aandachts-, stretching-, ademhalings-, visualisatie-, hand-, arm-, rug- en oogbeweginsoefeningen uit verschillende tradities, waaronder hatha yoga, kriya yoga, Tibetaanse yoga, Taoïstische yoga, mindfuness, advaita vedanta, ademhalingscoaching en Edgu.

• Perfectionisme gericht aanpakken: de kwaliteit van (zelf)acceptatie en -appreciatie verbinden met de aandacht gericht houden op je doelen en visie.

• Herkennen en helpen integreren van de 3 grote taboes: geld, seks, dood; en van het verborgen taboe: eten.